search

Sector in cijfers

Economische betekenis

Ruim 100 miljoen mensen in 140 landen consumeren dagelijks vlees van Nederlandse makelij.
De Nederlandse vleessector vertegenwoordigt (referentiejaar 2016) een constante en stabiele productiewaarde van ruim 10,4 miljard euro.
De tientallen ondernemingen, die aangesloten zijn bij de COV, bedienen (uiteraard) de binnenlandse markt en exporteren verder zo’n driekwart van het Nederlandse vlees en de diverse vlees- en bijproducten.
De vleessector is met een aandeel van 18% in de totale agro-food export één van de grootste voedselexporteurs en vertegenwoordigt daarmee een uitvoerwaarde van € 8,6 miljard.
 

Werkgelegenheid

Circa 300 Nederlandse vleesproducenten bieden directe werkgelegenheid aan tenminste 12.000 tot 13.000 werknemers, waarvan zo’n 9.000 onder de cao valt.
De bedrijfstak genereert aan indirecte of gelieerde activiteiten een factor 2,5 aan werkgelegenheid, zodat de bedrijfstak in totaal goed is voor zo’n 30.000 banen.
Het multiplier effect geldt ook voor de omzet. Elke € 1 omzet in de Nederlandse vleessector betekent € 2,40 omzet in gelieerde activiteiten.
Het sociaaleconomisch belang van de vleesbedrijven brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. 
De COV richt zich als ondernemersorganisatie op goed werkgeverschap en goede arbeidsomstandigheden.

Export varkensvlees

Circa driekwart van de Nederlandse varkensvleesproductie vindt een weg naar het buitenland.
Dat betreft vooral (buur)landen binnen de EU, zoals voor 1 miljard euro naar Duitsland, Italie, Griekenland en Groot Brittannie, maar ook (voor 15%) naar de zogeheten 'derde landen' daarbuiten, zoals in Zuidoost Azie.
Nederland exporteert op jaarbasis circa 2.4 miljard euro aan varkensvlees.

Export rund- en kalfsvlees

Ondanks een grote zuivelsector is Nederland netto importeur van rundvlees. Mede dankzij die zuivel heeft Nederland een florerende kalfsvleessector, waarvan de producten voor het overgrote deel een weg vinden naar het buitenland.
Dat betreft vooral landen in midden en zuid Europa, maar ook steeds meer buiten de EU. 
De balans voor Nederland komt op een uitvoerwaarde van 2.5 miljard euro aan Nederlands rund- en kalfsvlees.

Vleesconsumptie

Circa 96% van de Nederlandse consument eet één of meer keer per week vlees en besteedt daar zo’n 22% van de uitgaven aan voeding aan. 
Circa 55% van de consument is flexitariër, slaat weleens een dag over en kiest ‘bewuster’ en vaker ‘duurzamer’.
Op jaarbasis (stand 2016) eet de Nederlander zo’n 33,4 kilo vlees en vleeswaren per persoon. 
Het grootste segment is varkensvlees met zo’n 16 kilo per persoon. 
Bij rundvlees ligt het gemiddelde op zo'n 6 kilo per jaar.
Kalfsvlees en de overige roodvleessoorten (schaap, geit, paard) zitten beide op zo'n 0,7 kilo per persoon per jaar. 
Verder eten vleesconsumenten – buiten de scope van de COV – jaarlijkse zo’n 10 kilo per persoon aan kip. 

Energiebesparing

De Nederlandse vleessector heeft in 2014 60 TJ energie bespaard. Daarnaast hebben ketenmaatregelen 88 TJ opgeleverd en is er voor 128 TJ aan duurzame energie gebruikt.
De 56 deelnemende bedrijven in de vleessector aan MJA hebben in totaal ruim 4.000TJ aan energie gebruikt. Sinds 2005 hebben de bedrijven gezamenlijk 13,1% energie bespaard.
De belangrijkste resultaten zijn geboekt door optimalisatie van bedrijfsprocessen en van warmteterugwinning, door vergisting van organisch afval, door het terugdringen van productuitval en reductie van afval.
Verder is voortgang geboekt door inkoop van duurzame energie, inzet van nevenproducten voor energieopwekking en het toepassen van een warmtepompboiler.