search

Nieuws

Een reële vleesprijs; wat is dat?

Een reële vleesprijs; wat is dat?
12 november 2020 | Markt

Een eventuele meeropbrengst van vleesprijzen zou rechtstreeks en volledig terug moeten vloeien naar de gehele keten en zo bijdragen aan het compenseren van de extra kosten en investeringen die de sector voor duurzaamheidskwesties moet maken.

In haar kamerbrief van 28 september 2020 zegt LNV-minister Carola Schouten onder andere dat zij verder wil werken aan het idee van reële beprijzing van vlees en zich wil verbinden met alle partijen die bereid zijn om een eventuele meerprijs  te onderzoeken.

Sinds tientallen jaren investeert de hele keten – van boer tot retail – in verduurzaming van de productie. Daarbij worden goede resultaten geboekt in het beperken van de uitstoot van CO2, het verbeteren van het dierenwelzijn (bijvoorbeeld het Beter Leven Keurmerk), verruiming van het biologisch assortiment en het aanbod van plantaardige alternatieven.

Meerdere initiatieven zijn of worden daarnaast in gang gezet om nog verdere verduurzamingsstappen te zetten, onder andere vanuit de Coalitie Vitale Varkenshouderij en de Stichting Brancheorganisatie Kalversector, het klimaatakkoord en de farm-to-forkstrategie van de Europese Commissie.

De COV is voorstander van reële vleesprijzen en is dan ook bereid om andere beprijzingsmechanismen verder te onderzoeken en wil dan ook  graag met de minister dit onderzoek verder gestalte geven.

De verwachting is dat dit zal leiden tot een hogere vleesprijs. Bij het berekenen van de “reële vleesprijs” zal niet alleen moeten worden gekeken naar maatschappelijke nadelige effecten, maar ook naar maatschappelijke positieve effecten van het consumeren van dierlijke producten (zoals vlees of zuivel), zoals gezondheidswinst. Vlees is immers een belangrijke bron van eiwitten, vitaminen en mineralen. Zeker het behouden van vlees, dat een hoge voedingswaarde heeft  voor consumenten met een lager inkomen, moet hierin mee worden genomen.

Om een gelijk speelveld te garanderen moet de invoering van een reële prijs geleidelijk gebeuren voor alle voedingsmiddelen en op Europees niveau.

Een eventuele meeropbrengst van vleesprijzen zou rechtstreeks en volledig terug moeten vloeien naar de gehele keten en zo bijdragen aan het compenseren van de extra kosten en investeringen die de sector voor duurzaamheidskwesties moet maken. Deze spelen immers niet alleen bij de boer, maar ook verderop in de keten, zoals bij de vleesverwerkende industrie (slachterijen), logistiek en transport, en detailhandel. Van consumenten mag verwacht worden dat ze al deze inspanningen ook op waarde schatten en daarvoor een reële prijs betalen.